Meld u hier aan voor de e-mailnieuwsbrief
Wilt u weten of uw documenten, foto's, films, textiel of andere materialen met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië in aanmerking komen voor overdracht aan een archief- of erfgoedinstelling? Kijk dan hier voor meer informatie.
Hoe uiteenlopend de persoonlijke invalshoek van een stukje Indisch geheugen kan zijn, bleek afgelopen 7 december op de eindejaarsbijeenkomst van het Indisch Herinneringscentrum. In een openhartig gesprek o.l.v. Wim Manuhutu vertelden Ruud Lapré, auteur van ‘Terra Incognita’ en Jet Bussemaker, auteur van ‘Dochter van een kampkind’ aan een kleine 100 gasten, hoe zij kwamen tot het schrijven van hun boek. Hierin delen zij, beiden op een heel verschillende manier, hun beleving over hetzelfde stuk historie in hetzelfde land: de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië.

Vanuit de rotan ‘tante Lien’ stoelen waar dit dubbel-interview plaatsvindt, leidt Wim Manuhutu zowel de auteurs als het publiek, soepel door een landschap van verweven onderwerpen. Het is precies 70 jaar geleden dat de Japanse aanval op Pearl Harbor plaatsvond. Terwijl Ruud Lapré 7 december een echt ‘Indië-begrip’ vindt, is voor Jet Bussemaker 15 december 1941 een belangrijke datum. Op deze dag liep het Nederlandse vlaggenschip O16, waarvan grootvader Bussemaker commandant was, op een Japanse mijn in de buurt van de Tioman Eilanden, met fatale gevolgen.
Maar over dergelijke gebeurtenissen praten, gebeurt in beide families niet. Jet ervaarde het als iets dat vooral voelbaar was, maar niet tastbaar. Als een soort wolk die er altijd was en waardoor je rekening hield met welke vragen wel en welke vragen niet konden. Het veroorzaakte in Bussemaker’s jeugd veel conflicten met haar vader. Bij Lapré thuis was de spanning voelbaar door de nachtmerries die zijn vader had. Omdat zijn ouders hun kinderen niet wilden belasten, werd er niets gezegd. In antwoord op Manuhutu’s vraag of dit het ‘bekende Indische zwijgen’ is, lijkt hem dat de meeste mensen uit die tijd er niet over kunnen praten omdat ze anders eraan onderdoor gaan.
Het ‘Indische zwijgen’ is in elk geval van invloed geweest op het feit dat beiden pas op latere volwassen leeftijd het voormalige Indië bezoeken. Lapré vertelt daarover dat hij dronken werd van de lucht en de geluiden. Dat langzaam alles weer bekend werd. Van de Maleise scheldwoordjes tot de geuren van de kraampjes. De zintuiglijke waarnemingen waren voor Bussemaker juist belangrijk om zich een beter beeld te vormen van het land waar haar vader zijn jeugd doorbracht. Tegelijkertijd besefte ze hoe confronterend dit kan zijn voor oudere generaties.
De notities die beiden op deze reis maakten, zijn uiteindelijk pas veel later verwerkt tot een boek. Bussemaker had er pas de tijd voor toen het paarse kabinet viel en zij geen staatssecretaris van VWS meer was. Directe aanleiding voor Lapré waren de verhalen die hij aan het ziekenhuisbed van zijn (comateuze) zoon vertelde. Om deze te kunnen optekenen, heeft hij bewust een literaire manier gezocht; het zou anders te pijnlijk zijn.

Maar dat de geschiedenis niet altijd in boekvorm hoeft, toont de muzikale omlijsting van Wouter Muller. Hij brengt twee nummers ten gehore die volgens Lapré op zichzelf een boek zijn. De singer/songwriter zingt over zijn ‘zwijgende’ vader en de jongenskampen.
Verhalen niet opdringen
Hoewel ‘Dochter van een kampkind’ en ‘Terra Incognita’ een bijzonder stukje Nederlands-Indische geschiedenis omvatten, vinden beide auteurs dat deze verhalen niet moeten worden opgedrongen. Dat doen ze ook niet bij hun eigen kinderen. Wel haken ze in als hun nageslacht interesse toont. Volgens Lapré en Bussemaker zijn er vele manieren om al die verschillende verhalen door te geven. Via excursies bijvoorbeeld, of met liedjes zoals die van Wouter Muller, maar ook met behulp van het educatieve stripboek ‘De terugkeer’. Belangrijk is dat de vorm aansluit bij de beleving van de ander. Zo vindt Bussenmaker dat de jeugd recht heeft op zijn ‘eigen geschiedenis’ van de oorlog. Nieuwe generaties hebben nieuwe vragen. Er is niet 1 verhaal. Ook maakt het niet uit of je Indo of totok bent. Je bent hoe dan ook met de Indische geschiedenis verbonden en dat maakt je Indisch, vindt Bussemaker. Volgens Lapré is ‘Indo’ meer en meer een geuzennaam geworden. Het geeft de gelaagdheid van de Indische geschiedenis en gemeenschap aan.
Juist omdat er niet één verhaal is, maar meerdere, is het van belang al deze verhalen, kennis en informatie te verzamelen, te bewaren en vooral door te geven. Het Indisch Herinneringscentrum heeft daarin een belangrijke rol.
Bekijk enkele foto's van deze bijzondere middag.